De Griekse suite
Julie Smit, manager en oprichtster van Hotel-Boekenlust, en Jan van Lent, fotograaf en filmmaker, wonen sinds 2003 op het Griekse eiland Lesbos. Elke week verschijnt er een column van Julie Smit en een foto van Jan van Lent.
Huisje, boompje, beestje
25 September 2006
Eindelijk was het zover! Zaterdagavond hebben voor het eerst sinds de zomer harde regens de grond weer water gegeven. Het eiland is er duidelijk van opgefrist. De buien die vooral zondag heel vroeg in de morgen huishielden, begeleid door een stevig onweer, zorgden dankzij het vroege tijdstip niet voor noemenswaardige overlast. Veel mensen zullen niet gemerkt hebben dat zondagmorgen van 5 tot 7 ook de electriciteit het even voor gezien hield.
Slecht weer.
Ik moest natuurlijk wel in allerijl mijn bed uit om de telefoon en de computer los te koppelen voor het natuurgeweld. En kon vervolgens niet meer slapen met al dat lawaai en geflits. Dus pakte ik een boek en later een heel arsenaal kaarsen om door te kunnen lezen. Onweer is niet mijn favoriete weersgesteldheid. Voor het eiland waren de regens een welkome gift. Vorige week nog vielen op Samos een aantal hectares bos ten prooi aan de vlammen. Lesvos is er deze zomer redelijk goed vanaf gekomen met de bosbranden. Alleen een grote punt ten zuiden van Mytilini ging in vlammen op. De grootste brand deze zomer was enkele weken geleden op het schiereiland Halkidiki bij Cassandra waarbij twee mensen omkwamen, duizenden hectares prachtige bossen door het vuur verteerd werden, huizen en bedrijven verwoest werden, toeristen moesten worden geëvacueerd en er heel wat bouwland vernietigd werd. Naast vele olijfboomgaarden, liep de Griekse honingindustrie er heel grote schade op. De meeste branden woedden echter altijd rond Athene. Met een reden. Niet omdat ze daar zo onvoorzichtig met vuur zijn, maar er zijn van die slechte mensen die bouwgrond zoeken. De makkelijkste manier om je van hinderlijke begroeing af te maken is de hens erin. Dan hoef je nog maar enkel wat mensen van de gemeente om te kopen en je kunt je een prachtig perceel grond toe-eigenen. De kranten staan vol met artikelen over deze illegale bouwwoede. Een bos dat geen bos meer is dankzij zo'n bosbrand zou als bestemmingsplan weer een bos moeten worden. Maar gemeenteleden en de regering vergeten heel snel dat een zwart geblakerd gebied bos was. Slechts een klein deel wordt weer beplant, het andere deel verkwanseld aan vastgoedspeculanten. In Cassandra weten ze echter wel van aanpakken. Daar zijn enkele weken na de brand al honderden mensen ingezet om het gebied te beplanten en te verstevigen zodat de winterregens niet ook nog eens alle grond met nieuwe zaadjes kunnen wegspoelen. Gebruikt men in Azië olifanten om het harde werk in de bossen voor elkaar te krijgen, in Cassandra krijgt men de hulp van zo'n 300 getrainde ezels die boomstammen en ander materiaal kunnen vervoeren en op de juiste plek slepen. Op Lesvos is er gelukkig nog genoeg land te bebouwen en hoeft men nog niet over te gaan op dat soort slechte praktijken. Maar gebouwd wordt er wel in rap tempo. Zoveel mensen willen een zomeroptrekje op dit eiland dat de kleine bedrijfjes met bouwmaterialen haast net zo snel als nieuwe huizen uit de grond verrijzen. Dit zijn stukken grond die bezaaid liggen met hout, stenen, zakken cement en andere bouwmaterialen. Op z'n Grieks natuurlijk een chaotisch zootje en het is maar omdat er een hek omheen staat, anders zou je denken dat het een illegale stortplaats is. Maar een nieuwe landschapsvervuiling is het wel. Zijn we van de autowrakken af, die het laatste jaar massaal overal zijn weggehaald, krijgen we de kleine bouwbedrijfvervuiling. Op nummer één van deze landschapsvervuiling staat het bedrijf dat kennelijk een visitekaartje moet vormen voor het dorp Argenos, op de weg naar Sykaminia. Prominent voor het dorp ligt het land daar bezaaid met allerlei nieuw bouwmateriaal en je moet even heel goed kijken, wil je de conclusie trekken dat het inderdaad geen afval is. Het is onbegrijpelijk dat zo'n dorp zijn aangezicht zo laat vervuilen. Maar de Grieken zijn zich niet zo bewust van vervuiling, laat staan landschapsvervuiling, een woord waarvoor ze je waarschijnlijk zullen uitlachen. Ze hebben al problemen genoeg met het gewone afval verwerken. Als de regering niet hard optreedt en vuilvnisverwerkinstallaties afdwingt, zal hier nooit een oplossing voor komen. Een schip huren om het afval naar Afrika te verplaatsen is nog niet bij hen opgekomen. En dat is maar goed ook. Grieken hangen de vuile was niet graag buiten, zoals andere landen in Europa. Ik zal me erbij moeten neerleggen dat ondernemende Grieken naast de wegen stukken natuur huren om ze als opslagplaats te gebruiken. Ik zal me moeten wapenen tegen de aangekondigde zuidenwind die de stank van de afvalverbranding met zich mee zal voeren. Want met deze week nog meer regen in zicht zijn ze daar alvast mee begonnen. Eigenlijk zou ik hier in Eftalou een heel groot bord moeten plaatsen met een doodskop wegens het gevaar voor stankoverlast en giftige stoffen. Misschien dat dat de prijzen drukt van het vastgoed hier in de buurt. Die zijn ook al niet te harden.


