De Griekse suite
Julie Smit, manager en oprichtster van Hotel-Boekenlust, en Jan van Lent, fotograaf en filmmaker, wonen sinds 2003 op het Griekse eiland Lesbos. Elke week verschijnt er een column van Julie Smit en een foto van Jan van Lent.
De zeemeermin van Sykaminia
Een van de meest populaire, toeristische plekken van Lesvos is het dorpje Skala Sykaminia. Het haventje met de vele kleurige vissersboten, waarboven een klein wit kerkje op een rots torent, is zo’n pittoresk schouwspel dat in de zomer de café’s rondom de haven geen moeite hebben hun tafeltjes bezet te krijgen.
Skala Sykaminia
Voor de Griekse toeristen is er nog een extra reden om het plaatsje te bezoeken: het is het dorp van de zeemeermin Madonna, naar de gelijknamige titel van de bekende roman van de Lesvoriaanse schrijver Stratis Myrivilis. Myrivilis werd in 1890 in het dorpje Sykaminia geboren, waarna hij in Mytilini het gymnasium bezocht en in 1912 naar Athene ging om te studeren. Helaas strooide de Balkanoorlog roet in het eten en Myrivilis meldde zich aan als soldaat. Tien jaren oorlogsherinningeringen maakten van hem een pacifist, toen hij zich terugtrok op zijn eiland om te beginnen met schrijven. Zijn eerste roman ging over Sappho: ‘De lerares met de gouden ogen’. Zijn bekendste roman stamt echter uit 1949, die hij schreef toen hij al lang in Athene woonde, maar waar zijn hart nog steeds uitging naar zijn eiland: ‘De zeemeermin Madonna’ (‘The mermaid Madonna’ is naar mijn weten niet vertaald in het Nederlands).
Het verhaal begint in 1922, met een kapitein die in het kerkje woonde op de rots van Sykaminia. Toen hij op een dag verdween, bleek hij in het kerkje een muurschildering te hebben achtergelaten van een Madonna met een vissenstaart. De inwoners van Sykaminia deden niet moeilijk en al snel baden ze tot deze zeemeermin Madonna en brandden kaarsjes voor haar. De dag nadat de kapitein was verdwenen, verschenen er boten vol vluchtelingen in de haven van Sykaminia. Over de afgrijselijke dingen die ze hadden meegemaakt in hun geliefde Anatolia, werd met geen woord gerept. De meesten waren visser van beroep en ze eisten dan ook dat de huizen die voor hen werden gebouwd, dichtbij de haven moesten komen. Zo is het huidige Skala Sykaminia ontstaan. Ook nog steeds aanwezig is de grote moerbeiboom, waaronder het terras van het kafenion van Fortis was, de peetvader van de hoofdpersoon Smaragthi. Tegenwoordig heet het restaurant onder de moerbeiboom Skamnia (wat dialect is voor moerbei).
Het verhaal gaat verder met de visser Varoechos die op een dag naar Hora (Mytilini) ging en, toen hij volgezopen in zijn bootje terugroeide naar het dorp, een baby als verstekeling bemerkte. Het meisje met de groene ogen groeide op als een roos in een tuin vol onkruid; de dorpelingen voelden altijd dat zij niet een van hen was. Permachoela, een oud dametje dat de wijze leeftijd van over de honderd jaren haalde, wist wel waardoor het kwam: Smaragthi was de dochter van een zeemeermin en een visser die ze had weten te verleiden.
Hoe mooi zeemeerminnen ook zijn, wanneer je je door hen laat verleiden, staat dat gelijk met je doodvonnis tekenen. En Permachoela kan het weten: op een stormnacht hoorde ze zelf een zeemeermin een slaapliedje zingen, en verder kent ze genoeg verhalen over vissers die deze mythische zeecreaturen hadden gezien en nooit meer dezelfden waren na deze ontmoeting.
In de Griekse mythologie zijn het vooral de Sirenes, half vrouw, half vogel, die zeelui zoals de Griekse held Odysseus met een zoet gezang probeerden te verleiden, waarna ze schipbreuk leden. Odysseus was gewaarschuwd en stopte was in de oren van zijn bemanning en liet zichzelf aan de mast vastbinden om niet toe te geven aan de verleiding van de Sirenes. Een ander verhaal gaat over de Argonauten die de muzikant Orpheus aan boord hadden en hem lieten zingen, zodat de Sirenes niet werden gehoord. De Sirenes werden later steeds vaker uitgebeeld als een zeemeermin.
Skala Sykaminia is dus het dorpje van de zeemeermin, die in deze moderne tijd met succes de toeristen probeert te lokken. Het is dan ook niet moeilijk om verliefd te worden op dit kleine vissersplaatsje, waar het rustgevende gekabbel van het water tegen de havenmuren en het vrolijke geklingel van de masten van de vissersbootjes je perfect terugvoeren naar het verhaal van Myrivilis over het meisje met de groene ogen en het leven in zo’n oud Grieks vissersplaatsje. Myrivilis beschrijft op zeer beeldende manier niet alleen het dorpsleven in die tijd, maar ook zijn mooie eiland én de Grieken. Waarschijnlijk verschilt het vroegere Griekse leven niet veel van dat van nu, aldus schoolleraar Avgustis: “als maar één stukje van Griekenland oncorrupt blijft, is dat te danken aan de simpele, niet geschoolde mensen”.
Vanaf het kerkje van de zeemeermin Madonna (de schildering van de kapitein is er echter niet meer, als zij al ooit bestaan heeft), kun je dromend over de helderblauwe Egeïsche zee uitkijken. Wanneer je geluk hebt, zie je dolfijnen, maar zeemeerminnen vind je alleen nog in de souvenirwinkeltjes.
Als er een goeie wind staat en de golven slaan bruisend stuk op de stranden, dan kun je met een beetje fantasie ook de hippocampussen zien. Dit waren de paarden die de wagen van de zeegod Poseidon trokken: half vis, half paard. En als de wind met veel geweld de golven geselt, zie je in de nevel boven de golven ook de Nereïden, dochters van Poseidon, die de paarden bereden.
Zeepaardjes danken hun naam aan de hippocampus. Ik heb lange tijd gedacht dat die grappige zeepaardjes alleen in sprookjes voorkwamen. Ze komen echter veelvuldig voor in de warmere zeeën en oceanen. In China worden ze zelfs massaal gevangen om er een liefdeselixer van te maken. Hier rond Lesvos zwerven ze vooral door het zeegras van de Golf van Kaloni. Een bevriende visser krijgt ze af en toe per ongeluk in zijn netten. Ze zijn zo frêle dat, wanneer hij ze terug in zee zet, ze het meestal niet overleven. Daarom droogt hij ze in de zon en ondertussen heb ik al een hele verzameling van deze zeepaardjes, die nog steeds heel sprookjesachtig aandoen...


