De Griekse suite
Julie Smit, manager en oprichtster van Hotel-Boekenlust, en Jan van Lent, fotograaf en filmmaker, wonen sinds 2003 op het Griekse eiland Lesbos. Elke week verschijnt er een column van Julie Smit en een foto van Jan van Lent.
Hondsdagen
De Hondsdagen duren een maand, beginnend rond 20 juli. Deze dagen zijn genoemd naar het sterrenbeeld de Grote Hond, waarvan de grootste ster Sirius is. Wanneer Sirius gelijk opkomt met de zon, is de ster een tijdje niet te zien: de Hondsdagen.
Zeelelies bloeien tijdens de Hondsdagen
Sirius was de hond van Orion, een uitstekende jager, op wie de jachtgodin Artemis verliefd werd. De broer van Artemis, Apollo, zag deze liefde niet zitten en hij stuurde een enorme schorpioen achter Orion aan. Orion vluchtte de zee in en zwom voor zijn leven. Apollo riep zijn zuster en wees de zwemmer aan: “Zie je die man? Die heeft een van je nymfen verkracht.” Artemis greep meteen naar haar pijl en boog en stuurde een dodelijke pijl over de zee. Toen ze merkte wie ze had gedood, was ze ontroostbaar en plaatste ze zowel Orion als zijn hond Sirius aan de sterrenhemel, waar ze nu nog steeds staan. Artemis zelf nam zich voor nooit meer verliefd te worden.
Op het Cycladische eiland Kea werden vroeger zelfs offers gebracht aan de Hondsster Sirius en aan Zeus, om een verkoelende wind af te smeken. De Hondsdagen brengen namelijk de heetste dagen van de zomer. De oude Grieken keken vervolgens halsreikend uit naar de opnieuw aan de hemel verschijnende Sirius: kwam hij de eerste keer helder op, dan was dat een goed teken. Kwam hij echter niet helder of zelfs mistig op, dan lagen er plagen in het verschiet. Voor de oude Egyptenaren betekende de herrijzenis van Sirius dat de overstromingen van de Nijl er aan zaten te komen. Alleen zagen zij Sirius eerder herrijzen en viel de jaarlijkse overstroming bij hen tijdens de Hondsdagen.
Vroeger dacht men dat tijdens de Hondsdagen de zee begon te koken, de wijn zuur werd, mensen hysterisch werden en honden dol. Er waren er zelfs die hun honden in deze periode een muilkorf omdeden, uit angst voor de hondsdolheid.
Nou, ik zou eerder aan het tegenovergestelde denken tijdens de Hondsdagen die een beetje vroeg zijn aangevangen dit jaar: de zwarte labrador Black Jack ligt de godganse dag voor pampus en vertikt het om overdag één poot voor de andere te zetten. Het is gewoon te hondsheet om te bewegen...
Niet alleen de hond heeft last van de hoge temperatuur, die de laatste dagen hier op het eiland ruim over de 35 °C schuift en in andere delen van Griekenland tegen de 40 °C loopt. Ook ik heb mijn Spaanse waaier te voorschijn gehaald om me koelte toe te wuiven. Volgens het weerbericht is het einde van deze hittegolf nog lang niet in zicht en volgens de Hondsdagen kunnen we zo door tot halverwege augustus.
Je zou erg in de verleiding komen om in een van de vele kerkjes van het eiland een kaarsje voor Sirius aan te steken: alsjeblieft, stuur ons een verkoelend briesje! De enige verkoeling biedt de nacht, wanneer je energie weer terugkomt en de hond eindelijk wil wandelen.
Net zoals mensen beweren last van maanziekte te hebben, vraag ik me af of ik een tik van de Hondsdagen heb gekregen. Gisteren overspoelden me sombere gedachten, dankzij een boek dat ik deze winter had gelezen en dat veel indruk op me had gemaakt: ‘De weg’ van Cormac McCarthy.
In dit boek probeert een vader met een jong zoontje te overleven in een wereld die grotendeels in as ligt na een apocalyptische ramp. Ze proberen de kust te bereiken, waar ze op redding hopen. Onderweg ziet de aarde er niet fraai uit: op hoge bergen brandt het vuur nog; op verlaten snelwegen staan uitgebrande karkassen van auto’s, vaak met de verkoolde inzittenden er nog in; de lucht is vol asresten die de hemel en de zon verbergen; het regent zwarte vlokken roet; er groeit niets meer; de bomen, als ze al niet zijn verbrand, vallen neer als brandhout.
In dit huiveringwekkende, maar toch prachtige verhaal staat niets over welke ramp de aarde had getroffen. Maar bij deze temperaturen kan ik me er wel wat bij voorstellen. Met de opwarming van de aarde en de steeds heter wordende Hondsdagen wordt de kans op natuurrampen ook immer groter. Stel dat er overal meerdere grote bosbranden uitbreken, dan wordt het droevige scenario uit ‘De weg’ steeds realistischer.
Zou Cormac McCarthy dit boek ook tijdens de Hondsdagen hebben geschreven? Tijdens die vermoeiende hitte, die het denken vertraagt, die je sloom en slaperig maakt, futloos om wat dan ook te ondernemen? De idee van de ondergang van de aarde zijn Hondsdaggedachten, maar het is zo moeilijk om in deze hitte aan vrolijke dingen te denken...
Ik ben echter nooit maanziek en laat me ook door de Hondsdagen niets wijsmaken. Terwijl ik naar de aanlokkelijke blauwe zee tuur en het zoveelste glas water drink, besef ik dat de Hondsdagen aan zee lang zo gek nog niet zijn: hoewel het zeewater warm is, is een duik erin nog altijd een verkwikkende ervaring.
Om zo goed mogelijk de hitte te verdragen, kun je maar het beste op z’n Grieks leven: zoveel mogelijk binnen blijven, in ieder geval uit de zon. In de middag uitgebreid tafelen, vervolgens toegeven aan de hitte en gaan slapen om wakker te worden in een afkoelende avond. Veel Grieken gaan in deze hitte pas ‘s avonds om een uur of 7, 8 naar het strand. Wanneer de zon al lang en breed in zee is gezonken, komt de rest pas hun huizen uit om koffie te drinken en zich klaar te maken voor de komende nacht. Pas laat in de avond, om een uur of 10, gaan de Grieken weer een hapje eten en paraderen ze tot diep in nacht langzaam door de straten, genietend van een zwoele zomeravond.


