De Griekse suite
Julie Smit, manager en oprichtster van Hotel-Boekenlust, en Jan van Lent, fotograaf en filmmaker, wonen sinds 2003 op het Griekse eiland Lesbos. Elke week verschijnt er een column van Julie Smit en een foto van Jan van Lent.
De zee stijgt
Hoe zag de wereld er vroeger uit en wat kunnen we leren van het verleden?
Molyvos
Enkele dagen geleden gierde er een zuiderstorm over het eiland die de zee tot ongekende hoogte opstuwde. De gemene westenwind die afgelopen winter diverse stranden, hotelkamers en straten in het zilte water deed verdwijnen, zette opnieuw de hoge zee aan tot een aanval op de kust: machtige golven beukten tegen net gerepareerde kademuren en straten. Dagenlang waren de stranden rond Molyvos ontoegankelijk voor de eerste toeristen, en net nadat iedereen de stranden opgeruimd had, de straten half of geheel waren gerepareerd en men klaar voor het seizoen was, kan nu menigeen weer helemaal opnieuw beginnen.
Natuurlijk schieten je dan meteen weer de onheilsvoorspellingen van de opwarming van de aarde te binnen: de zeespiegel gaat stijgen! Niet dat ik geloof dat dit in zo’n sneltempo zal gaan gebeuren en dat het niveau van de Egeïsche zee opeens een halve meter hoger wordt (zoals hij afgelopen dagen was), maar toch: het zet je aan het denken.
Er zullen verschillende steden zijn die baat hebben bij de stijging van de zeespiegel. Zo ligt de oud-Griekse stad Efeze (niet ver van Kusadasi in Turkije) enkele kilometers ver van de zee verwijderd, terwijl het oorspronkelijk toch een havenstad was. Toen haar laatste verbinding met zee, de rivier Kafstros, dichtslibde, was het gedaan met de welvaart van deze stad, die vooral tijdens haar eerste honderd jaren (de stad werd in 10 v.Chr. opgericht door de Griek Androklos, zoon van een koning van Athene) een ongekende rijkdom kende.
Nu is Efeze een van ’s werelds mooiste archeologische plekken, waar men kan ronddolen en zien hoe het leven er vroeger uitzag. Een bloeiende toeristenstad, hoewel er geen mens meer leeft. Maar stel dat de zee weer aan de poorten van Efeze klopt en de toeristen per boot kunnen worden aangevoerd in plaats van met de bus: dat zou toch een mooie ontwikkeling zijn?
Rond de 14de eeuw verloor de stad haar handel via de zeehaven, omdat ze inmiddels te ver landinwaarts lag en Izmir en Kusadasi - wel aan zee gelegen - de handel van Efeze afsnoepten.
Wetenschappers vermoeden dat ongeveer 2500 jaar eerder de oude stad Pavlopètri, gelegen op de meest zuidelijke punt van de Peloponnesos, juist niet verzandde op het land, maar ten onder ging in de zee. De stad werd in 1967 gevonden door de Engelse zeearcheoloog Nic Flemming die met een eenvoudige snorkel de boel verkende en zijn eerste bevindingen over een in zee verloren stad een jaar later publiceerde. Men nam aan dat men te doen had met een Minoïsche stad uit ca. 1600 - 1100 v.Chr.
Het duurde zo’n 40 jaar voordat men opnieuw de stad bezocht voor wetenschappelijke doeleinden. Vorig jaar deden nieuwe onderzoeken de archeologische wereld trillen van opwinding: dankzij allerlei vondsten denkt men nu dat Pavlopètri misschien wel 5000 jaar oud kan zijn. Sommige mensen geloven zelfs dat nu eindelijk het mythische Atlantis is gevonden.
Het unieke van deze onderwaterstad is dat het gehele stratenplan nog duidelijk te zien is. Veel gebouwen en pleinen sierden de straten en sommige huizen hadden wel twee verdiepingen. En dit op een voorlopige oppervlakte van maar liefst 9000 m2! U begrijpt dat de wetenschappers heel opgetogen zijn over deze archeologische zee-opgraving. Maar ik vrees dat het nog heel lang gaat duren voordat men erachter komt, waarom deze stad op de zeebodem ligt in plaats van op het land.
Het zou kunnen dat deze stad, net zoals de Minoïsche beschaving op Kreta, ten onder ging aan de fameuze uitbarsting van de vulkaan op Santorini (rond 1626 - 1600 v.Chr.). Ook nu hebben we te maken met een vulkaan die ons leven ontregelt. Mocht de Katla, het grote broertje van de nu rook en as uitbrakende, IJslandse vulkaan Eyjafjallajökul, het op zijn heupen krijgen, wat gaat er dan van de wereld worden?
De meeste dorpen op Lesvos, zoals Molyvos, Sikaminia, Vatoessa en Skalochori, liggen hoog en droog op een berg en hoeven niet bang te zijn voor een door een vulkaanuitbarsting opgestuwde tsunami. Maar steden zoals Mytilini en Plomari zijn havenstadjes waar de zee vrij spel zou hebben, mocht ze omhoog komen en op oorlogspad zijn. Stel je voor dat men over een paar duizend jaar deze steden herontdekt op de bodem van de zee en dat aan de voet van het kerkje Panaïa Glykofiloesa, dat eenzaam op een uit zee torenende rots staat, een verdronken dorpje wordt ontdekt?
Voorlopig echter liggen deze Lesvoriaanse plaatsen nog aan zee en likken ze de wonden van de afgelopen storm. Het eiland laat zich niet snel van de wijs brengen, noch door een crisis, noch door een storm of door stakingen. De groene heuvels en berghellingen, doorspekt met kleurige lentebloemen, doen nog steeds alsof ze het eeuwige leven hebben…

