De Griekse suite
Julie Smit, manager en oprichtster van Hotel-Boekenlust, en Jan van Lent, fotograaf en filmmaker, wonen sinds 2003 op het Griekse eiland Lesbos. Elke week verschijnt er een column van Julie Smit en een foto van Jan van Lent.
Tok tok, wie klopt daar?
Ooit op een dag hoorde ik een klaaglijk gemiauw ergens uit de struiken opklinken. Vanwege mijn overgrote dierenliefde dacht ik meteen aan een poes in nood. Met een lokkend pst! pst! probeerde ik urenlang de poes het struikgewas uit te krijgen. Maar de bosjes bleven onbeweeglijk.
Waterschildpad
Ik kon het voorval niet uit mijn hoofd zetten, en na nog meer klaaglijk gemiauw, baande ik me een pijnlijke weg door de stekelige bosjes. Er was echter geen poes te zien, maar wel een schildpad die me wantrouwend aankeek! Landschildpadden maken een miauwend geluid, en als de mannetjes met de vrouwtjes aan de haal willen, gaan ze ook nog eens met elkaar op de ‘vuist’: tok tok tok doen hun schilden dan als ze elkaar raken. En wanneer ze achter op het vrouwtje klimmen, rolt hun tong een eind uit de bek en hijgen ze alsof ze de Lepetimnos beklimmen.
Een doffe plonk! zal het geluid zijn geweest, toen de Griekse tragedieschrijver Aischylos (ca. 525 - ca. 456 v.Chr.) een schildpad op zijn hoofd kreeg, die door een overvliegende arend werd gedropt. Het verhaal gaat dat een orakel hem had voorspeld, dat hij die dag de dood zou vinden door toedoen van een huis dat op zijn hoofd zou storten. Dus bracht de schrijver deze dag in de natuur door. Maar het geschiedde zoals het orakel had voorspeld: Aischylos werd door een schildpadhuis geveld.
De Griekse god Hermes, god van de handel en boodschapper der goden, wist weer andere geluiden uit een schildpad te krijgen. Van hem wordt gezegd, dat hij de lier uitvond door snaren te spannen langs de holle kant van het schild van een schildpad. Vervolgens stal hij runderen van de god Apollo, die hem echter de runderen liet behouden, toen Hermes hem zijn mooi klinkende lier aanbood.
De Griekse dichter Aisopos (ca. 620 - ca. 560 v.Chr.) werd het meest bekend om zijn fabels, waardoor vele latere schrijvers, zoals Jean de La Fontaine, zich lieten inspireren. De fabel ‘De haas en de schildpad’ is er één van. Wanneer je over de Lesvoriaanse wegen rijdt en er duikt opeens een schildpad op die onbekommerd over het wegdek kuiert, zul je niet vermoeden dat hij in een hardloopwedstrijd een haas versloeg. De haas, die in zijn arrogantie tijdens de race had besloten een hazenslaapje te doen, viel echter in een stevig middagdutje, waardoor de schildpad met alle gemak als eerste de eindstreep kon halen.
Het is niet algemeen bekend dat ook schildpadden deel uitmaken van de Lesvoriaanse fauna, maar ze zijn er wel degelijk. Op het land heb je de meeste kans om een Moorse landschildpad tegen te komen. En dan is er nog de klokschildpad (ook helmschildpad geheten), die je eigenlijk alleen door middel van zijn onderkant van zijn soortgenoten kunt onderscheiden: hij heeft donkere driehoeken op zijn buikschild. Maar deze zijn veel zeldzamer, en wetenschappers betwijfelen zelfs of deze klokschildpad inheems is of geïmporteerd.
Landschildpadden zijn niet alleen traag (alhoewel ze van tijd tot tijd best wel een bescheiden spurtje kunnen maken), maar ook lekker lui: ze houden behalve een stevige winterslaap ook een relaxte zomerslaap, diep verborgen onder de koele struiken. Daarom heb je in de lente de meeste kans om het pad van een landschildpad te kruisen.
Waterschildpadden zijn makkelijker tegen te komen op het eiland, ook al is de zomer allang aangebroken. Je hoeft maar een watertje te zien of er is een grote kans dat je dan kleine plofjes hoort van schildpadden, die zich snel in het water laten glijden en met hun kopjes als telescopen boven water nieuwsgierig komen kijken, wie hun rust verstoort. De meeste van hen zijn Kaspische beekschildpadjes; de Europese moerasschildpad schijnt zich wat minder vaak aan het publiek te vertonen. Ook waterschildpadden zien er niet uit als bezige bijtjes: ze vinden het heerlijk om zich urenlang op de kant aan het water in het zonnetje te koesteren.
Waterschildpadden kijken is zelfs al uitgegroeid tot een toeristische attractie, en de waterbeestjes zijn dan ook dol geworden op brood voerende toeschouwers. Wanneer je komend vanuit Kalloni vlak voor Achladeri een brug oversteekt en op die brug gaat staan, komen ze van alle kanten door het water aangestormd: wij willen brood, wij willen brood! De brutaalste klimmen zelfs op de kant, en wanneer eentje dat doet, volgen er nog meer die, buitelend over hun voorgangers, proberen de eerste te zijn.
Ook het meertje langs de weg van Skoetaros naar Vatoessa, dat zich net even vóór Skalochori bevindt, herbergt van die nieuwsgierige schildpadjes die om brood komen bedelen. Zij hebben echter concurrentie van poezen, die om de een of andere reden bijna elk jaar hun zomerkamp rond het meertje hebben opgeslagen. Zouden poezen van schildpadsoep houden?
Wanneer je vanuit Lamboe Mili over de nieuw geasfalteerde weg richting Ayasos rijdt, kom je ook een brug over een rivier tegen. In het stromende water zwemmen niet alleen schildpadjes maar ook forelkleurige vissen, zó groot dat ze best wel eens forellen zouden kunnen zijn. Telkens als we die plek passeren, loopt het water me in de mond, hoewel de Grieken met klem beweren dat ze niet te eten zijn, maar dat zeggen ze altijd, wanneer ze iets niet kennen. Tot nu toe hebben we echter nog nooit de stoute schoenen aangetrokken om zo’n vis te vangen en het uit te proberen. Schildpadsoep… ik moet er niet aan denken! Maar voor een mals forelletje, in folie gewikkeld van de grill, zou ik ook wel een lier willen uitvinden, al was het alleen maar om er nu eentje op mijn bord geserveerd te krijgen.

