De Griekse suite
Julie Smit, manager en oprichtster van Hotel-Boekenlust, en Jan van Lent, fotograaf en filmmaker, wonen sinds 2003 op het Griekse eiland Lesbos. Elke week verschijnt er een column van Julie Smit en een foto van Jan van Lent.
Parels uit de zee
Een slak en zijn slakkenhuis zijn voor iedereen onlosmakelijk met elkaar verbonden. En iedereen weet ook hoe een slak er uitziet: een langwerpig lichaam met aan de kop twee van die antennes die naar boven steken. Maar weet u eigenlijk welke dieren hebben gehuisd in de schelpen die u aan het strand vindt?
Schelpen van de Griekse eilanden
Ikzelf wist niet wat ik zag, toen ik op een dag hier op Lesvos een forse Triton-schelp bewonderde die een visser net uit de zee had gevist en waaruit een uiterst merkwaardig wezen kwam gekropen. Mét een hoedje op!
De dieren die ervoor zorgen dat we zulke mooie schelpen kunnen vinden, zijn weekdieren, ook wel mollusken genaamd. Ze bestaan grofweg gezegd uit drie delen: een voet, het inwendige en de mantel of skelet, wat de schelp is. Hun skelet hebben ze dus aan de buitenkant en gebruiken het als schild om zich te beschermen tegen andere dieren. Want hoe week die bont gekleurde wezens er ook uitzien: velen van hen zijn beslist geen lieverdjes.
Die jagen op andere zeedieren en zelfs op eigen soortgenoten. Zo eet bijvoorbeeld een van de grootste Triton-hoorns, de Triton Charonia, zeesterren. Die besluipt hij en scheurt de stevige huid van de zeester open om er gif in te spuiten, zodat hij ongestoord van zijn maaltje kan genieten. Zeesterren, zelf roofdieren, schijnen een zintuig te hebben waarmee ze zo’n Tritonmonster aan kunnen horen komen en slaan regelmatig op de vlucht, een prachtige, onderzeese achtervolgingsscène veroorzakend, waarbij zelfs de grootste zeester, de Doornenkroon (Acanthaster planci) het loodje moet leggen omdat de Tritonslak sneller is. Kun je je het plaatje voorstellen van zo’n dier, dat een prachtig slakkenhuis met zich meezeult, en op zijn enige voet een zeester achternazit, die ook maar één van zijn vele voeten kan gebruiken om te vluchten?
Er doen verhalen de ronde dat de mens gepakt kan worden door een reuze Doopvontschelp (Tridacna gigas), de grootste schelp die meer dan een meter en honderd jaar oud kan worden. Wanneer je ziet welk dier er in deze reuzenschelp huist, zou je bijna geloven dat zo’n schelp een arm van je vastklemt, zodat je niet meer weg kan en verdrinkt, maar dat zijn dus broodjes-aap-verhalen. Net zoals de liefdesgodin Venus uit zo’n schelp zou komen. Dat heeft de Italiaanse schilder Sandro Botticelli uitgebeeld op zijn beroemde schilderij De geboorte van Venus. Nu kan hij dit natuurlijk metaforisch hebben bedoeld - vroeger werd een schelp gezien als een symbool van de vagina - maar we weten allemaal dat Venus werd geboren uit het schuim van de golven bij Cyprus.
Toch zijn er wel weekdieren die een gevaar voor de mensheid kunnen vormen. Zo zijn er een behoorlijk aantal conus-schelp-bewoners (kegelslakken) die je met hun giftand (ja, ja, die hebben een soort giftand) dodelijk kunnen verwonden. Dus moet je, wanneer je zo’n schelp met dier en al van de zeebodem grist, wel even oppassen.
Andersom eten wij natuurlijk graag schelpdieren: mossels, oesters, venusschelpen, sint-Jakobsschelpen, het zijn voor veel mensen culinaire delicatessen. In het verleden werden schelpen gebruikt voor nog andere doeleinden. Zo maakten de oude Grieken en de Romeinen een purperverf met de slakken van de Brandhoren (Bolinus brandaris). Het was een duur goedje, want voor één pond purperverf moest je wel 30.000 van die schelpen uit zee vissen. Bij het proces werden kliertjes van het dier met wat zout in urine gekookt, en dat stonk natuurlijk vreselijk. Hele bergen van die schelpen zijn later teruggevonden, zodat het nu makkelijk is vast te stellen waar men die verf produceerde in de oude tijd. Het mag een wonder heten dat het dier dat tijdperk heeft overleefd, ze sjokken hier nog altijd over de zeebodem rond.
Wat ik niet wist, is dat men vroeger ook zeezijde produceerde. De zijde kwam voornamelijk van de Grote Mediterrane steekmossel (Pinna nobilis Linneaeus). Bij het schoonmaken van mosselen kom je hardnekkige haarbosjes tegen, die je moet verwijderen. Dat zijn de haren waarmee die schelpen zich aan iets vasthechten en gezien de Grote Mediterrane steekmossel wel 90 cm groot kan worden - in ieder geval vele malen groter dan de gewone mossel - kun je je voorstellen dat dat schelpdier ook wat langere draden produceert. De zijde die hiermee werd geweven was fijner, warmer en lichter dan gewone zijde. Sommige mensen denken dat men in Egypte er mummies mee bekleedde en in China werd het wel zeemeerminnenzijde genoemd.
Dit soort verhalen staan allemaal niet in het boek Schelpen van de Griekse eilanden van Jan Veltkamp en Sylvia van Leeuwen, waar wel korte beschrijvingen van 80 schelpensoorten, met heldere foto’s in staan. Het is een prachtig uitgegeven boek over schelpen die je hier op het eiland en elders kunt vinden, van vele bekende tot onbekende schelpen.
Zo had ik nog nooit gehoord van de Rechtsdraaiende juwelendoos (Chama gryphoides Linnaeus) en de Linksdraaiende juwelendoos (Pseudochama gryphina), laat staan dat ik ze in mijn verzameling had. Het zijn schelpen, die op de onregelmatig gevormde oesterschelpen lijken, maar kleiner zijn en een diepe onderschelp hebben met een soort klepje als deksel. Zeer curieus dus. Het boekje vermeldt ook de vindplaatsen van de schelpen op Lesvos en zo heb ik de Linksdraaiende juwelendoos gevonden aan de Golf van Kalloni. Voor een Rechtsdraaiend exemplaar moet ik maar eens naar de Golf van Gera gaan.
De Doopvontschelp komt hier niet voor, maar wel verschillende venusschelpen. De soorten zaagjes-, venus- en tapijtschelpen zijn niet altijd makkelijk te determineren. Maar de Purperen brandhoren, de Mediterrane kegelslak en het Wenteltrapje zijn makkelijk te herkennen.
De Grote Mediterrane steekmossel komt hier op Lesvos nog veelvuldig voor in de Golf van Kalloni en in de Golf van Gera. Wat niet vermeld staat in het boekje is dat deze reuze schelp ook nog wel eens een pareltje kan produceren. Parels ontstaan door gruis dat per ongeluk in de schelp is gekomen, waaromheen het schelpdier parelmoer maakt, zodat je een parel krijgt. Dus schatgraven, maar! De Grote Mediterrane steekmossel is overigens een beschermde diersoort, dankzij overbevissing en milieuvervuiling. Blijkbaar waren ze dat nog niet in 2002, toen bij uitgeverij Indiktos te Athene het boekje Panorexia, ouzo appetizers from Lesvos van Stratis P. Panagos werd uitgegeven, waarin een recept met dit schelpdier: Pinokeftedes. Meng het kleingesneden schelpdier met trachanas (een soort tarwe), ui, brood, een ei, wat ouzo en oregano, vorm er balletjes mee en braadt die in olijfolie. Maar dat mag niet meer en daarom houden wij het voorlopig op legale keftedakia, met venusschelpen (kidonia). Venusballetjes dus, dat klinkt sowieso beter.
Meer informatie over: Schelpen van de Griekse eilanden


