De Griekse suite
Julie Smit, manager en oprichtster van Hotel-Boekenlust, en Jan van Lent, fotograaf en filmmaker, wonen sinds 2003 op het Griekse eiland Lesbos. Elke week verschijnt er een column van Julie Smit en een foto van Jan van Lent.
Aanvullingen op 'Hoe en wat in het Grieks'
8 augustus 2005
Hoewel de temperatuur vorige week soms ietsje te hoog opliep, hebben we niets te klagen deze zomer. Ine zesto (het is warm), zeggen we in Griekenland wanneer het heet is, zoals de afgelopen weken. Poli vrochi (veel regen), zeggen we wanneer het keihard regent zoals afgelopen zaterdag toen forse buien eindelijk een einde maakten aan de 3 weken durende hittegolf. Wanneer je je kapot bent geschrokken van een oorverdovende donderslag en meteen rechtop in bed zat zoals menige inwoner van Molyvos afgelopen zondagochtend 6 uur plaatselijke tijd, zeg je: poli boemboem (veel boemboem), wat niet geheel Grieks is want het Griekse werkwoord voor donderen is boemboenizo, maar dat lijkt wel wat op boemboem, dus alle Grieken begrijpen wat je bedoelt.
Eine Katze, ena Gatta, a cat, een kat, un chat.
Wanneer je Ella heet word je geacht niet om te kijken wanneer een Griek Ella roept. Dat betekent namelijk 'kom hier' of 'luister eens' en het is een van de meest gebruikte woorden in de Griekse taal.
Op ti kanis (hoe gaat het) behoor je kala e si (goed, en met jou?) te antwoorden, ook al is je kamer niet schoon, ook al is je hotel overboekt en word je verbannen naar het andere eind van het eiland, ook al heb je per ongeluk een kamer naast een discotheek gekregen en ook al staat je toilet na elke keer doortrekken blank.
Asto diablo (loop naar de duivel) zeg je wanneer Grieken uit de grote stad in een bomvol restaurant het de serveerster moeilijk maken omdat ze met alle geluidsoverlast van dien exclusieve aandacht willen hebben. Ze laten haar tien keer terugkomen voor een slokje water, ze sturen een tomaat terug die verkeerd is gesneden, ze accepteren geen aubergine waar kaas overheen is gestrooid, ze lusten geen Griekse salade met uien of ze eisen dat er poli grigora (heel snel) brood op tafel komt want ze hebben als enige honger.
Etsi ine y zoï (zo is het leven) zeg je wanneer je de boot in Athene naar Lesvos wilt nemen, maar die stuk is en niet vaart, zodat je 24 uur in de stikkende hitte op de kade in Pireaus moet wachten op een nieuw kaartje voor een andere overbevolkte boot en je een zonnesteek oploopt.
Ti na kanoume (wat kun je eraan doen) zeg je wanneer blijkt dat het zo druk is dat in heel Molyvos alle scootertjes en alle autootjes uitverhuurd zijn en je noodgedwongen bent om je vakantiedagen aan het zwembad van het hotel door te brengen of op risico van geroosterd worden toch de tocht naar het dorp onderneemt.
Jalia mou ine sti thalassa (mijn bril ligt in zee) zeg je wanneer je je toch hebt laten verrassen door de snelboot Kenderi die op zondag- en woensdagmiddag in de verte langs het eiland raast waardoor je een half uur later een kleine tsunami op het strand krijgt die menige handdoek, telefoon of zonnebril in de zee doet belanden. Vergis je dan niet door te zeggen "Jaja mou ine sti thalassa" want dan rukt de gehele kustwacht uit om naar je oma te zoeken die in de golven is verdwenen.
Katze wordt gezegd wanneer Grieken willen dat je gaat zitten. Meestal betekent het een uitnodiging tot een glaasje of een hapje. "Katze" zegt een buschauffeur die alleen zijn moederstaal spreekt tegen een reisleidster die geen woord Grieks kent en in een bus vol toeristen op en neer blijft lopen, niet wetende dat de chauffeur liever heeft dat iedereen blijft zitten. "Katze!" zegt hij nogmaals tegen de reisleidster als blijkt dat zij een woordje Duits denkt te verstaan en op zoek gaat naar een kat in de bus en hierdoor nog veelvuldiger op en neer loopt. "Ella, Katze!!" roept dan de buschauffeur geërgerd, waarop de reisleidster de intercom inschakelt om de toeristen te hulp te vragen bij het zoeken naar de kat in de bus, zodat het één vrolijke rondedans wordt in de gangpaden. 'Die Katze' wordt nooit gevonden, maar Katze is wel het eerste Griekse woord dat deze reisleidster heeft geleerd.
Jamas (proost) zeg je wanneer je eindelijk uitgeput met een ouzo op je balkonnetje zit nadat je al je klachten bij een overwerkte reisleidster hebt kunnen deponeren en je de man van de autoverhuur hebt kunnen uitleggen dat je alleen maar probeerde een Katze te ontwijken toen je een deuk in de auto reed. Jaamaas zeg je bij je tweede glaasje ouzo wanneer je je portemonnee terugvindt op het nachtkastje en je beseft dat je uren voor niets naar het politiebureau hebt gezocht toen je dacht dat je portemonnee tijdens de Kenderi-tsunami van het strand was gespoeld. Jaamaar zeg je bij je derde glaasje ouzo omdat je het hele klere eind naar je hotel terug moest lopen omdat je na een uur wachten in een immense rij nog steeds geen taxi zag verschijnen. Jammie zeg je bij het vierde glaasje ouzo omdat je net hebt ontdekt dat het zo laat op het balkonnetje in de koele nachtlucht best wel prettig vertoeven is, jaja zeg je bij je vijfde glaasje ouzo als je meent een vallende ster te zien, ja fluister je bij het zesde glaasje omdat je dan niets beters weet te verzinnen. Kali nichta (welterusten) behoor je bij het zevende glaasje te zeggen, maar ik denk dat je dan al bijna van je balkonnetje bent gevallen.