De Griekse suite
Julie Smit, manager en oprichtster van Hotel-Boekenlust, en Jan van Lent, fotograaf en filmmaker, wonen sinds 2003 op het Griekse eiland Lesbos. Elke week verschijnt er een column van Julie Smit en een foto van Jan van Lent.
Vijgen
23 augustus 2005
Wist u dat er over de 600 soorten vijgen bestaan? Nou, ik niet en ik moet u teleurstellen, ik ken er geen een. Ik weet alleen dat er groene en blauwe vijgen zijn en ik heb geen idee welke soort dat is. Ik weet waar de bomen staan in mijn omgeving, maar behalve een kleurverschil, zie ik niets anders.
Dat is in ieder geval een heleboel meer dan een behoorlijk aantal bezoekers van het eiland Lesvos (en waarschijnlijk ook van andere Griekenland-bezoekers) want er bestaat een hele grote groep mensen die alleen maar droge vijgen kent uit een pakje en geen idee heeft dat ze op vakantie eind augustus waarschijnlijk honderden malen langs een vijgenboom met verse vruchten loopt.<P>
Rijpe vijgen in de boom.
Terwijl een vijgenboom toch makkelijk te herkennen is. Zijn grote bladeren zijn als een fors gespreide hand met dikke ronde vingers en iedereen kan zich wel een plaatje herinneren met een preutse Adam die een vijgenblad voor zijn edele delen houdt. Juist ja, het beroemde alles bedekkende vijgenblad komt ook van de vijgenboom.
Aan deze bomen hangen dus vruchten die in laat augustus, begin september rijp zijn. Het zijn eerst ronde harde groene bolletjes die vervolgens uitgroeien als slappe ronde peren. Sommigen verkleuren met het rijp worden naar een intens paarse kleur. Ze hebben onderop een puntje in de vrucht en als die open gaat, zijn ze rijp. Je kunt ook voelen. Wanneer ze zacht zijn, zijn ze rijp.
Deze delicatesse is een van het oudst gecultiveerde fruit in de wereld. Sporen van vijgen zijn in 3.000 jaar oude fossielen gevonden en op muurschilderingen uit de oudheid zijn ze ook regelmatig te herkennen. Het is niet helemaal duidelijk waar de vijg vandaan komt. Waarschijnlijk werden ze het eerst verbouwd in Arabië en Egypte. Vervolgens kwamen ze rond 1600 v. Chr. naar Kreta en vandaar werden ze verder Griekenland ingevoerd. De vrucht was voor de Grieken zelfs zo lekker dat ze zonder toestemming niet mochten worden geëxporteerd. Zowel Homerus, Plato, Aristoteles als Theophratus schreven over de vijg. Daarna ontdekten de Romeinen de vijgen, die er hun bacchanalen mee verrijkten. De vijg was voor hen het symbool van de God van eten en drinken (Bachus).
Karel de Grote had vijgen in zijn tuin en met al die veroveraars en slimme handelslieden verspreidde de vijg zich over het gehele Europese continent. Midden 16de eeuw brachten de Spaanse veroveraars de vijgenboom de oceaan over naar Zuid-Amerika, waarna het niet lang meer duurde of er stonden ook vijgenbomen in het huidige Noord-Amerika. Vooral Californië heeft een grote vijgencultuur opgekweekt. Zo bekend zelfs dat Griekse vijgentelers een Amerikaanse soort hebben geïmporteerd om die in Griekenland verder te kweken.
In Griekenland werden de vijgen het 'brood der armen' genoemd. Er werden zelfs dieren mee vestgemest. Varkens en ganzen. En wat kwam er uit die ganzen? Ganzenlever! Dat overheerlijke product dat nu zo geprezen wordt door de Fransen. Dat blijkt dus een Griekse uitvinding te zijn. Maar waar is de ganzenlever nu in Griekenland? Er zijn genoeg ganzen verstopt op het eiland, maar ik heb nog geen ganzenlever gezien.
Gisteren waren we eigenlijk op zoek naar bramen. We reden de bergen in naar het verlaten dorp van Lepetimnos waar tussen de ruïnes van het eens bloeiende dorp nog tal van fruitbomen staan en waartussen de afbrokkelende muurtjes de bramen welig tieren. Prachtige grote exemplaren, dankzij de stortbuien enkele weken geleden. Maar ook de rijpe vijgen hingen massaal aan hun takken tegen je te glimlachen. Vuistdikke exemplaren die erom schreeuwden om geplukt te worden, anders werden het parels voor de zwijnen. Een slimme boer had een van de ruïnes omgetoverd tot varkensstal. Onder een hele grote vijgenboom. Waarnaast een vette walnotenboom. Je kunt je voorstellen hoe lekker die varkentjes gaan smaken later!
Meer verrassingen stonden ons echter te wachten. We hebben de 'boomdruiven' ontdekt. In de verwilderde tuinen hebben de druiven vrij spel gekregen en die vinden het blijkbaar nodig om in de bomen te klimmen. Je staat even gek te kijken wanneer je een vijg wilt plukken en je dan ineens neus aan neus staat met een enorme tros zoete blauwe druiven. De grootste trossen echter wiegden op een zacht briesje als een heuse tantalus kwelling onbereikbaar hoog in de toppen van grote walnootbomen, of verborgen tussen de grote vijgenbladeren.
Zoveel overdaad aan fruit deed zeer aan het hart. Toen we dit fruitparadijs uitliepen over oeroude paadjes die gedeeltelijk door puin zijn overwoekerd, kwamen we op een weggetje waarlangs volop tamme kastanjebomen stonden. De druiventrossen erin waren rijp, de kastanjes moeten nog een maandje wachten. We kwamen thuis met zakken vol fruit. En dat betekent werk aan de winkel.
Bramen schoonmaken, bramenshakes met yoghurt maken. Bramenlikeur met cognac brouwen. Vijgen drogen, vijgen in brood verwerken, vijgen stoven met vlees, vijgen opensnijden, ze vullen met chocolade en wat bramencompote, over een maand vijgenstroop koken. Druiven wassen, trossen naar de buren brengen, druiven eten, van de druiven gelei maken, druiven met vis klaarmaken. En dit is nog maar het begin van de herfst. Amandelen rapen, peren uit de boom halen, appelen plukken, walnoten verzamelen, pijnboompitten zoeken, van de laatste basilucum pesto maken. Hameren, hakken, schillen, pellen, koken, drogen. Ach ja, en als het dan ook maar eens wat koeler werd...


