De Griekse suite
Julie Smit, manager en oprichtster van Hotel-Boekenlust, en Jan van Lent, fotograaf en filmmaker, wonen sinds 2003 op het Griekse eiland Lesbos. Elke week verschijnt er een column van Julie Smit en een foto van Jan van Lent.
Daar komen de vissers
13 september 2005
Is eindelijk de grootste massa toeristen weg, begint het eiland zijn rust een beetje terug te vinden in het nog steeds warme weer, wordt het op zee heel erg druk. Middelgrote vissersboten varen op en aan en je vraagt je af of er überhaupt nog vis overblijft met het tempo waarin wordt gevist. Lesvos zelf heeft geen noemenswaardig grote vissersvloot. Het zijn alweer de stadsmensen die de drukte veroorzaken: vissers uit Athene en Thessaloniki komen hier hun boten vullen met palamida's die in dit jaargetijde in krioelende scholen de wateren van Lesvos aandoen.
Vissers aan het werk.
Naar welk restaurant je ook gaat in de buurt van de grote vissershavens zoals Plomari, Mytilini, Molyvos en Petra, je vindt er palamida's. De maanden juli en augustus staan garant voor sardientjes, waarvan de beroemdste uit de baai van Kaloni worden gevist. September lijkt wel de Palamida-maand te worden. Er zijn nog sporadisch verse sardientjes te krijgen net als mijn favoriete sardelles pastès (gezouten sardientjes die op haring lijken) die voortreffelijk smaken als bijgerecht bij een palamida.
In Molyvos en Petra is het moeilijk om aan vis te komen, daar er geen viswinkel is. Je moet of je oren openhouden om te horen waar de rijdende visboer zich bevindt en het dan op een rennen zetten omdat je maar nooit weet of hij bij gebrek aan belangstelling weer verderrijdt, of je moet je ogen goed de kost geven om te zien wanneer de vissersboten binnenlopen.
In Petra leggen vissers bij de steiger in het centrum aan en is hun vangst direct uit de boot te koop zodat er meestal een oploopje ontstaat met wild gebarende Grieken en voordringende vrouwen die allemaal schreeuwen om de mooiste vis. In de haven van Molyvos vind je hetzelfde tafereel, maar in de winter komen er ook vaak grote vissersboten 's avonds aan die een deel van hun vis naar de kleine visafslag brengen waar je op een wat rustiger manier vis in kunt slaan. De rest wordt meteen in grote vrachtwagens geladen die in een noodtempo naar de hoofdstad Mytilini rijden om daar de viswinkels te bevoorraden.
Het valt niet mee om alle vis hier te benoemen. Wanneer je vis wilt eten en een restauranthouder je mee naar binnen trekt om je te laten zien welke vis hij die dag in de aanbieding heeft, staren die vissen je gevoelloos aan van: ik heb me toch al laten vangen, dus het maakt me niet uit als je me kiest. Meestal heb ik geen idee wat het voor vissen zijn. De restauranthouder helpt je dan wel wat op weg met de namen, alleen zijn die vaak in het Grieks zodat je daar nog geen steek mee opschiet.
De sardientjes (sardelles) behoeven geen uitleg. De wat kleinere visjes zijn marides, kleine ansjovissen die je gefrituurd in z'n geheel kunt oppeuzelen. Gavros is een ansjovis die ietsje groter is als een sardientje en een ietwat rossige kleur krijgt als hij gefrituurd is. Er zijn een aantal brasem soorten die zilver, middelgroot en plat zijn, en vraag me niet naar hun naam, die zijn divers. Een populaire vis is de barboeni wat een barbeel is en makkelijk te herkennen is aan zijn rode kleur. Er is regelmatig makreel (skumpri) te vinden en soms kun je zwaardvis (xiphios) krijgen. En dan zijn er palamida's.
Het kostte even wat tijd om te achterhalen wat palamida's zijn. Maar ik ben eruit: het zijn bonito's, die deel uitmaken van de tonijnfamilie. Ze zien er een beetje uit als een makreel, zijn ook even groot, maar ze hebben wit sappig vlees en zijn een ware delicatesse, vooral na een maand sardientjes eten.
Het onderzoek naar hun naam leverde echter nog een interessant feit op. Palamides (toch maar 1 letter verschil) was een held uit de Trojaanse oorlog die op de (tegenwoordig) hoogste berg van Lesvos, de Lepetimnos, ligt begraven. Troje ligt hier aan de overkant om de hoek en volgens Homerus waren het Achillas en Aeas die deze held ter grave droegen. Toen de schone Helena van Sparta, echtgenote van Menaleus, door Paris van Troje was ontvoerd en meegenomen naar zijn thuisstad waar ze trouwden, moesten alle vroegere aanbidders van Helena meedoen aan de strijd tegen Troje. Ook Palamides, een zoon van Poseidon, behoorde tot deze krijgers. Hij ontmaskerde Odysseus die zich onwel voordeed, omdat hij geen zin had om te vechten. Meer wapenfeiten ken ik niet van Palamides, behalve dat soms vermeld wordt dat hij de uitvinder is van de letters en cijfers.
In de Ilias van Homerus wordt uitgebreid konde gedaan over de Trojaanse oorlog met de Griekse Goden en helden. Veel mensen denken dat het verhaal over Troje een van de vele mythische vertellingen is uit het oude Griekenland. Maar recente opgravingen in het hedendaagse Troje wijzen steeds meer in de richting van een waar gebeurde oorlog. De archeologische vondsten bewijzen dat Troje veel groter was dan gedacht en dat er rond 1200 v. Christus wel degelijk een grote oorlog kan hebben gewoed. Men zou kunnen aannemen dat de Ilias van Homerus een episch gedicht is dat niet geheel aan de fantasie is ontsproten, maar deels is gemaakt naar de orale overleveringen die er in de tijd van Homerus de ronde deden.
Terwijl ik zo'n sappige palamida verorber, kan ik uitkijken over de zee en de Turkse kust waar eens Homerus' helden voorbij voeren. Ik kan uitkijken op een berg waar ooit een tempel voor Apollo stond, waar de astroloog Matriketas een observatorium had en waar een heuse mythische held ligt begraven. Dan smaakt zo'n vis toch net weer wat goddelijker...


