De Griekse suite
Julie Smit, manager en oprichtster van Hotel-Boekenlust, en Jan van Lent, fotograaf en filmmaker, wonen sinds 2003 op het Griekse eiland Lesbos. Elke week verschijnt er een column van Julie Smit en een foto van Jan van Lent.
Rare Grieken!
24 oktober 2005
's Lands wijs, 's lands eer, is het gezegde, maar als buitenlander kijk je soms wel vreemd op van sommige gewoonten. Nu is het verschil tussen Grieken en andere Europeanen niet zo groot, maar af en toe denk je toch wel eens: wat een rare mensen.
De bloeiende heide in het bos.
Zo vind ik de gewoonte om een kind niet direct zijn naam te geven na de geboorte maar een vreemde zaak. Tot aan hun doop moeten babies hier door het leven onder de naam: "baby"! Je hebt in Griekenland al genoeg naamsverwarring omdat zoveel mensen dezelfde naam dragen. Zo zaten wij van de week aan tafel met wel vier Yannissen! Maar om nou iedere pasgeborene 'baby' te noemen vind ik een beetje zielig. Vervolgens hebben ze ruim de tijd om een leuke naam te bedenken, want zo'n baby wordt pas gedoopt na zijn eerste levensjaar. Alles wat er dan regelmatig gebeurt is een getouwtrek om naar welke opa of oma het kind gaat worden vernoemd.
Dan is het in Griekenland een normale zaak dat je soep na de maaltijd eet. De zogenaamde Patza is weliswaar een goed middel tegen een kater, maar om nou een vette soep na een smakelijke uitgebreide maaltijd te verorberen, daar heb ik altijd moeite mee. Liever drink ik glaasjes water tussendoor om een eventuele kater af te zwakken.
De Grieken hebben ook de gewoonte om alles maar te pikken van hun priesters. Die papas gaan maar lekker hun eigen gangetje, is wel dit laatste jaar gebleken. Het nieuws rond de papas van Petra die pooier was, maar ook ikonen bleek te hebben gestolen en altijd dronken was, is slechts een klein incident aan het eind van een waslijst vol grote schandalen in de kerk die het afgelopen jaar de Griekse gemoederen hebben beziggehouden. In Griekenland zijn de staat en de godsdienst nog niet van elkaar gescheiden (ook al zo'n raar iets voor een modern land), maar wee o wee wanneer een minister daar verandering in wil brengen. Dan wordt de staat regelrecht bedreigd door de kerk.
Grieken zijn over het algemeen ook moeilijke eters. Wat ze niet kennen, eten ze niet. Van de week had ik een zak boleten aan een vriendin meegegeven die haar Griekse vriend wilde verrassen met een paddestoelenragout. Daar was deze man helemaal niet blij mee. "Nee, dat eet ik niet!", riep hij bijvoorbaat uit. Voor de zekerheid belde hij zijn ouders waar hij zoals nog zoveel ongehuwde Griekse mannen nog bij inwoonde. Zijn moeder krijste door de telefoon dat hij het niet moest eten en vader werd erbij gehaald. De paddestoelen werden nauwkeurig beschreven, maar de raad van zijn vader was: "ze zijn eetbaar, maar wij eten deze soort paddestoelen niet". De vriend, toch inmiddels al midden in de veertig, volgde de raad van zijn ouders op en was door zijn vriendin niet te vermurwen er één hap van te nemen.
Bij onze laatste keer dat we naar het kastanjebos boven Agiasos gingen werden we tot onze verwondering gevolgd door een zwarte BMW met een buiteneilandse nummerplaat. Het is geen makkelijke klus om onopgemerkt te blijven op de rustige wegen van het eiland. Je kunt je niet verstoppen achter ander verkeer en het is moeilijk om zonder gezien te worden achter een auto aan te blijven rijden wiens passagiers stoppen om de schildpadjes in een rivier te bewonderen, die een bospaadje inschieten om de bloeiende paarse heide te fotograferen, die uitgebreid gaan winkelen in Agiasos. Dus nadat we op de weg boven Agiasos voor de tiende maal werden ingehaald door dezelfde zwarte BMW, voelden we nattigheid. Gelukkig konden we het pad induiken dat het bos invoert zonder dat de BMW dat zag. En dan nog had hij onze Nissan Sunny nooit kunnen volgen, anders had hij vast en zeker zijn spoilers eraf gereden.
Dat wij echt gevolgd werden was voor ons een uitgemaakte zaak toen we na onze 2 uur durende wandeling de zwarte BMW braaf onder aan het bospad zagen staan wachten. Ik raakte lichtelijk in paniek en we besloten om een einde aan onze mooie dag te maken, geen kastanjes meer te rapen en de geplande picknick in de rijdende auto te houden. Weten wij veel wat voor een mafkees er in die zwarte BMW zit! Voor het eerst was ik niet helemaal gelukkig met zo'n uitgestrekt bos waar helemaal niemand was. Gelukkig beginnen we de wegen een beetje te kennen rond Agiasos en was het voor ons een koud kunstje de zwarte BMW kwijt te raken door weer een onverharde weg in te schieten. Het was net als in een film. Maar voor ons was de dag wel bedorven.
Thuisgekomen vertelden we ons avontuur aan wat vrienden die zeiden dat het waarschijnlijk geheime politie uit Athene was. Er schijnt op het eiland de nodige drugs te worden verbouwd, vooral in de regio van Agiasos. Dus worden er van die geheimagenten op afgestuurd die mensen op de bonnefooi gaan volgen, hopend om een veld vol weed te vinden. Maar ieder gezond mens die het eiland met zijn uitgestrekte onverharde wegennet kent, weet toch wel dat wanneer je echt overal wilt komen, je dat toch niet per BMW doet?! Je hoeft maar naar een James Bond film te kijken om te weten dat je voertuig overal op moet zijn voorbereid. En dat in een tijd dat de meeste patsers in grote 4-wheeldrives rondrijden! Enfin, in Eftalou geen zwarte BMW of andere opvallende auto gespot. Wel ligt er op zee tegenover ons sinds gisteren een vrachtschip op de golven. Maar die kan ons moeilijk volgen want die schijnt op een rotsblok te zijn vastgelopen die daar ergens midden in zee uitsteekt. Op weg naar de supermarkt werden we ook niet gevolgd. En hopelijk blijft dat zo. Maar toch: wat een rare Grieken!


