Simon Urban - Plan D

"Terug naar de DDR" 
planD.jpg

Simon Urban - Plan D

 
Duitse literaire thriller spelend in een nog bestaand Oost-Duitsland.
 
Hoeveel politie-inspecteurs zou de literaire wereld wel niet tellen? Je hebt ze in allerlei soorten en maten; de meest geliefde inspecteurs zijn een beetje de anti-helden: ze hebben problemen met vrouwen, zitten in de knoop met zichzelf en op het werk rebelleren ze regelmatig om tot een oplossing van een zaak te komen.
 
Zo ook de hoofdpersoon in Plan D: Martin Wegener, een ‘grumpy old man’, die echter alle reden heeft tot klagen. Want Wegener heeft iets gemeen met Meyer Landsman, de hoofdpersoon en politie-inspecteur uit De Jiddische politiebond van Michael Chabon, een verhaal dat zich afspeelt in de fictieve staat Sitka. Wegener - al in de vijftig – woont namelijk in Oost-Duitsland, dat in 1989 eventjes aan de vrijheid mocht ruiken, maar na enkele maanden weer in volle glorie herrees achter het ijzeren gordijn. De reanimatie wordt deze omslagtijd genoemd in dit verhaal, dat dus in een fictief Oost-Duitsland speelt, nog altijd gescheiden van de West-Duitse republiek en de rest van de kapitalistische wereld.
 
Terwijl Sitka een geheel verzonnen land is, kent het fictieve Oost-Duitsland van Simon Urban opvallend veel aspecten van het ons bekende deel van Duitsland, dat na de Tweede Wereldoorlog van zijn westerse helft werd gescheiden, inclusief Berlijn dat doormidden werd gehakt door een hoge muur en een mijnengebied. Sindsdien lijkt het land niet veel veranderd. Het verhaal speelt in 2010, het jaar dat Wegener aan zijn laatste zaak werkt: de gebouwen en zijn bewoners zijn nog altijd even grijs en grauw, de Stasi (Ministerie van Staatsveiligheid) voert nog altijd een schrikbewind en ook Egon Krenz zwaait er nog altijd de scepter. Maar het land is wel enigszins met de tijd meegegaan: de Trabantjes heten nu Phobos en de Minsk is de Oost-Duitse variant op de mobiele telefoon.
 
Ook nieuw is de handel in energie. Ze produceren het weliswaar niet zelf, maar proberen zoveel mogelijk geld te verdienen aan de doorvoer van gas vanuit Rusland naar West-Duitsland. Hiervoor staat een grote conferentie op de agenda. Maar net voor deze belangrijke energievergadering, waar Oost-Duisland hoopt op een miljoenendeal, wordt een moord gepleegd en het lijkt erop dat de Stasi erachter zit, wat geen goede reclame zou zijn voor het land dat beweert in politieke, rustige vaarwateren te zijn gekomen.
 
Martin Wegener krijgt de zaak in de schoot geworpen en moet bewijzen dat de Stasi er niet achter zat. Hij is er niet blij mee, want hij weet dat zo’n politiek beladen zaak hem meestal al snel weer wordt afgenomen en in de doofpot wordt gestopt. Als hij zijn best doet, is het niet goed, als hij niet zijn best doet, is het ook weer niet goed.
 
Omdat de moordzaak is uitgelekt naar het West-Duitse blad Der Spiegel, krijgt Wegener er zelfs een collega uit het vrije Westen bij: Richard Brendel, een knappe, blonde man, die Wegener meteen in zijn schaduw zet. Wegener is niet meer zo zeker van zijn ouder wordende uiterlijk en bovenal blijft hij onophoudelijk denken aan zijn prachtige ex-vriendin Karolina, wat de zaken in zijn hoofd alleen maar compliceert, zeker aan de zijde van een man die Westerse luxe en zelfverzekerdheid uitstraalt.
 
Niet alleen Karolina spookt voortdurend door zijn hoofd, ook zijn ex-baas en vriend Josef Früchtl, bemoeit zich onophoudelijk met de zaken rond Wegener. Ook al is Früchtl een tijd geleden spoorloos verdwenen - waarschijnlijk opgeruimd door de Stasi – Wegener voert nog steeds gesprekken met hem in zijn hoofd.
 
En zo zet deze veel geplaagde Wegener zich aan de taak om uit te zoeken waarom er een oude man aan de gaspijpleiding werd opgehangen. Hij zit langer op de zaak dan hij lief is, en er lijkt zelfs even sympathie te ontstaan tussen de superieur uitziende Brendel en de oude Ossi Wegener. Maar je kunt niemand vertrouwen, dat is het enige dat zeker is in dit boek.
 
Het is een spannend, maar bovenal zeer vermakelijk verhaal, waarin Wegener het arme Oosten op jaloerse en humoristische wijze met het rijke Westen blijft vergelijken. Niet alles is trouwens negatief: wanneer Wegener in een iets positievere bui is, worden ook de kapitalistische landen niet altijd door een roze bril gezien en kan Wegener vrede hebben met het feit dat hij in een zogenaamd socialistisch land woont. En zo geeft deze fantasie-roman toch weer wat hedendaagse feiten ter beschouwing: het doorgedraaide kapitalisme versus een vervallen socialisme dat kan uitgroeien tot een moderne nieuwe politieke vorm. Dromen over een nieuwe wereld hoeven niet altijd heel utopisch te zijn.
 
Simon Urban – Plan D (Plan D, vert. Herman Vinckers). Signatuur 2014
 
Leeslinks
Berlijn voor de ‘Wende’
Alfred Doblin – Berlin – Alexanderplatz
Erich Kärstner – Naar de haaien
Oost-Duitsland:
Michael Kumpfmüller – Lotgevallen van een beddenverkoper
Katja Lange-Müller – De laatsten
Berlijn na de ‘Wende’
Wladimir Kaminer - Russendico
Katja Lange-Müller – Kwaaie schapen
Over een politie-inspecteur in een ander fictief land:
Michael Chabon – De Jiddische politiebond

  

« Terug

bol

Bestel
Simon Urban - Plan D
via de internet boekhandel bol