Linda Lê - De drie schikgodinnen

"Eigenzinnige Frans/Vietnamese roman over 3 nichtjes in Frankrijk en hun achtergebleven vader in Vietnam." 
schikgodinnen.gif

Linda Lê - De drie schikgodinnen

Vuurwerk of hellevuur

De oude koning Lear zit al 20 jaar alleen in zijn blauwe huisje in Saigon, Vietnam. In de steek gelaten door zijn 2 dochters die onder leiding van hun tante Jakhals naar Frankrijk vluchtten tijdens de val van Saigon. Het oudste zusje is Dikbuik, want ze in verwachting van een kroonprinsje die haar spiksplinternieuwe keuken ooit zal overnemen. Het jongste zusje is Langbeen die met haar bevallige benen menig man het hoofd op hol brengt. En dan is er Eenhand, het nichtje van de twee zusjes, die zo zwartgallig is als de nacht en alleen maar ongeluk kan voorspellen.
Deze drie dames vormen de spil van een verhaal waarin men op zondagmiddagen in de keuken rond een oud kookboek van de Jakhals mijmert over een ver vaderland, waarvan ze vergeten zijn hoe het er was. Ze proberen tevergeefs de enige draad die hen nog verbindt met het land aan de andere kant van de wereld te verbreken of te versterken. Het plan is om koning Lear, die brieven stuurt die telkens kwijtraken, naar Frankrijk te halen opdat hij kan zien hoe goed zijn dochters het hebben in het moderne land vol ongekende mogelijkheden.
Aan de andere kant van de oceaan maakt koning Lear zich op voor het bezoek aan zijn dochters. Tot verdriet van zijn vriend de Pieper, een priester en martelaar van het communistische bewind, wiens enige geluk nog schuilt in de palingen die koning Lear als geen ander weet klaar te maken.

De schrijfster Linda Lê is een dochter van een Franse moeder en Vietnamese vader. Ze werd in 1963 in Dalat geboren, maar toen in 1968 Noord-Vietnam het zuiden van Vietnam binnenviel vluchtte het gezin een jaar later naar Saigon tot ook daar de Noord-Vietnamezen binnenvielen. Tenslotte vluchtte Lê's moeder met haar 4 dochters in 1977 naar Frankrijk. Lê's vader bleef achter in de bezette stad waar hij nog zo'n 20 jaar overleefde. Op het Franse lyceum werd Lê's zucht naar literatuur pas goed opgewekt. Haar eerste publicatie, 'Un si tendre vampire' werd reeds in 1987 gepubliceerd.

De achtergebleven vader, en zijn eenzaamheid in een ver land, is een terugkomend thema in Linda Lê's romans. Ondanks dat Lê zelf zegt dat haar boeken niet overwegend autobiografisch zijn, springen de overeenkomsten van haar verhalen met haar leven toch in het oog en kan dit vader-thema niet anders gezien worden als autobiografisch.
Temeer omdat 'De drie schikgodinnen' geschreven is nadat Linda Lê een telegram had ontvangen waarin haar de dood van haar vader werd medegedeeld.

Er zijn niet veel Vietnamese vluchtelingen die zijn gaan schrijven, eenmaal de Franse taal meester en de Vietnamese schrijvers die vroeger in het Frans publiceerden deden dat in een klassieke stijl. Linda Lê is allesbehalve een traditionele schrijfster. Net als meer schrijvers die zich een nieuwe taal eigen maken, zoals de oorspronkelijk uit Marokko komende Hafid Bouazza in Nederland, heeft ook Linda Lê de Franse taal aangenomen als een gift en niet als een kunnen die er met de opvoeding is ingestampt. Ze heeft de taal genomen als een speelgoed dat je kunt te vormen naar eigen hand. Wat het eerste in het oog springt bij 'De drie schikgodinnen' is het vuurwerk van taal dat je van de bladzijdes tegemoet springt. Nieuwe woorden en beeldtaal, zelf verzonnen en oude woorden die uit de Middeleeuwen lijken te zijn genomen, brutale en sarcastische zinnen, kortom, een spetterend feest van woorden en beelden.

Maar het geeft geenszins de prachtige panoramale beelden die we van de Belgische schrijver Peter Verhelst kennen uit zijn roman Tongkat. Linda Lê schrijft als een boze fee over de zusjes waarvan de een als een maniakale heks mannen betovert met haar lange benen en de ander probeert haar geluk te accepteren dat haar ten deel is gevallen in een huwelijk met een man die in Boeddha is opgegaan. Dat alles meestal beschouwd vanuit het perspectief van het hatelijke nichtje die altijd jeuk heeft aan haar stompje waar eens een hand heeft gezeten, en die haar nichtjes eigenlijk alleen maar al het ongeluk toewenst dat ze zelf nooit is tegengekomen in haar leven.

Het zijn mooie zinnen, woorden en beeldspraken, maar de dosering is een beetje te veel. Tussendoor dit spervuur van literaire aandoeningen wordt er ook nog een verhaal verteld dat in enkele zinnen kan worden samengevat: drie vrouwen beraden zich in Frankrijk in een fonkelnieuwe keuken om hun oom/vader over te laten komen uit Vietnam. Ze aarzelen te lang om deze overtocht te organiseren en de oude vader, die braaf een teken afwacht om te vertrekken en zich inzet om er goed uit te zien wanneer hij zijn dochters weer in de armen kan sluiten, overlijdt tijdens de pogingen weer jong te willen zijn.

Tussendoor de flitsende taal kan de lezer natuurlijk ook nog allerlei kleine dingetjes lezen die breed worden uitgemeten zoals over de vriend van Langbeen die geen genoegen neemt met aan de kant te worden gezet, Langbeen's belachelijke baantje bij een enquêtebureau, de bruiloft van Dikbuik die dankzij tussenkomst van tante Jakhals, die toen al lang dood en begraven was, in een zwijnenstal uitmondde. Waarna het huwelijk niet bleek te zijn wat Dikbuik ervan verwachtte. Hoe hopeloos ze zich ook probeert vast te houden aan wat ze heeft: een blinkende keuken met alles erop en eraan en een kookboek waaruit geuren en smaken als uit een ver verleden ontsnappen.

Het tempo van het vuurwerk kalmeert een beetje tijdens de passages die gaan over vader Lear in zijn Blauwe Huis waar hij zijn ongeduldige vriend palingen moet voorschotelen en waar de oude man vol verlangen is om te oceaan te mogen oversteken.

Terugkomende bij de drie dames die zich meestal op de zondagmiddag rond de keuken ophouden, waarbij gekookt wordt uit grootmoeders kookboek en vervlogen geuren even zo snel weer worden opgesnoven door de afzuigkap, waar de vrouwen in afwachting van het diner de ijskast keer op keer plunderen waar delicate hapjes wachten op niets anders dan te worden opgepeuzeld in de uren voor de ijskast opnieuw met restjes kan worden gevuld. En daar is het spervuur weer dat de lezer die denkt net iets van het verhaal begrepen te hebben en te voelen in welke richting het zal gaan, omverblaast in hemeltergende zinnen over de vriend die maar geen afscheid wil of over Langbeen die een klein wit katje tot speeldier bombardeert.

Natuurlijk vormt het werk van Linda Lê prima voer voor literaire psychologen die er van alles uit kunnen halen: van de Shakespeariaanse koning Lear tot volksmythes uit Vietnam. Drie schikgodinnen die voor elke drie Vietnamese provincies staan. Het thema van vluchtelingen die hun familie in de steek moeten laten etcetera.

Voor de gewone lezer is het boek echter een gok. Hou je van de brutale eigenzinnige stijl van Linda Lê, dan is het boek beslist een uitdaging vol verrassende taal en schotgerichte zinnen. Voor mensen die uit zijn op een verhaal dat van a tot z wordt verteld, is 'De drie schikgodinnen' echter geen goeie keuze. Het enige wat ik zou aanraden is: lees het boek met tussenpozen zodat het ongeëvenaarde woordenballet van Linda Lê's pen in mooie doseringen op je af komt.

LINDA LÊ - DE DRIE SCHIKGODINNEN (Les trois Parques, vert. Truus Boot, nawoord Ieme van der Poel), Wereldbibliotheek 2004

Leeslinks

Over een andere Vietnamees in Parijs:

Monique Truong - Het boek van zout
Over het thema van de vluchteling en een achtergelaten vader:
Kader Abdolah - Spijkerschrift
Bo Caldwell - Het verre land van mijn vader

Gevlucht uit Borneo:

Madeleine Thien - Zekerheid

« Terug

bol

Bestel
Linda Lê - De drie schikgodinnen
via de internet boekhandel bol