Willem van Toorn - Stoom

"Nederlandse roman over een jongen in een opkomend socialistisch milieu en de eerste stakingen." 
stoom.gif

Willem van Toorn - Stoom

Revolutie in Nederland

Maarten Corbelijn groeit op in een kamertje onder het terras van de werkgevers van zijn moeder in een Nederlands provinciestadje aan een rivier. Zijn vader is toen hij 1 jaar oud was overreden door de locomotief die hij aan het rangeren was. Zijn moeder wil dan ook niet dat hij in de buurt van de sporen komt. Maarten groeit op aan de rivier en besluit ondanks dat de schoolmeester hem aanmoedigt verder te studeren, te gaan werken. Tenslotte maakt hij deel uit van de arbeidersklasse en bovendien wil hij bij zijn moeder weg die hij betrapt heeft met haar baas.
Maarten vindt werk op de binnenvaart. Op de boot Geldria waar hij niet alleen alles van varen leert, maar ook de eerste lessen in de liefde krijgt van de bootsvrouwe. Vervolgens gaat hij naar Amsterdam waar hij bij de vemen gaat werken, om schepen te lossen en laden.
Het zijn roerige tijden. Zijn vriend Jacob heeft het tot schoolmeester gebracht in Deventer en zijn socialistische vriend Henk die wel bij het spoor mocht werken is van leerling opgeklommen tot machinist bij de Nederlandse Spoorwegen.
Maarten hoort alle verhalen over de socialisten onder leiding van Herman Gorter, Henriëtte Roland Holst en Troelstra aan, maar voelt geen behoefte om lid van een vereniging of vakbond te worden. Hij is het leven aan het ontdekken, wordt ijkmeester en krijgt zo de gelegenheid in Nederland rond te reizen en meer van het leven te zien als menig ander in die tijd.
Net na de eeuwwisseling breekt echter grote onrust uit tussen de havenarbeiders die er met hun neus worden opgedrukt dat ze werken als slaven. De werkcondities moeten worden verbeterd, de vakbonden rukken op en ook Maartens vrienden, waaronder zijn ware liefde de onderwijzeres Klaartje, hebben de mond vol over al deze socialistische omwentelingen.
In 1903 breekt een grote staking in de havens uit, waarna ook alle spoorwegmedewerkers meedoen. Nederland gaat plat en de socialisten lijken hun eerste overwinning te hebben behaald. Maarten is trots op zijn vrienden en is ook langzaam maar zeker overtuigd van de goede daden van deze linkse stromingen. Wat gaat hij met zijn leven doen?

De omslag van het boek toont een foto van Jacob Olie van Amsterdam rond de voorlaatste eeuwwisseling. Voorop tronen drie stoere mannen ergens in de Jordaan die duidelijk van de arbeidersklasse zijn. Zij zijn Nederlands hoop in die bange dagen en ze zullen de lezers dan ook niet teleurstellen.

Willen van Toorn's 'Stoom' gaat over de jaren dat de arbeiders werd geleerd voor hun rechten op te komen. De vakbonden ontstonden en de socialistische partij kreeg voet aan de Nederlandse grond. In de tijd dat onder andere stoommachines ervoor zorgden dat producties en handel nog sneller konden waardoor er nog meer geld kon worden verdiend, was dit hoognodig want, zoals Maarten zelf kon constateren in vooral de grote steden, de leefomstandigheden voor de arbeiders waren over het algemeen belabberd.

Dit zijn de tijdsbeelden die Willem van Toorn gebruikt als achtergrond voor zijn verhaal over de grote stakingen in 1903. In de provincies was het leven betuttelend, in de steden wat minder, maar daar was meer armoede. Weduwes die hun hoofd boven water probeerden te houden met armetierige pensionnetjes, arbeiders die naar de pijpen van hun baas dansten, bang om hun baan kwijt te raken. Ronselaars die hun slaatje sloegen uit de werkeloosheid.

Maarten Corbelijn, de hoofdpersoon uit Stoom, zit midden in deze turbulente tijden. Hij is getuige van een ommezwaai in de tijd terwijl hij zelf de ommezwaai moet maken van jongen naar man. Want dat is het andere deel van de roman: over een jongen die de liefde ontdekt en pas na jaren werken kiest wat hij wil. Van havenwerker tot student in de rechten. Van jongen die de vrouwen achternalopen tot een serieuse verloofde.

Nederland was bekrompen in die tijd. De moraal werd geregeerd door de kerk en de burgerregels. Iets van die bekrompenheid heeft Willem van Toorn in zijn stijl weten te vangen. Zijn schrijven is braaf en zonder opmerkelijke uitspattingen. Zijn beeldtaal is accuraat, zijn hoofdpersoon een modelvoorbeeld. Willem van Toorn (geboren 1935) publiceert al sinds 1959 romans, jeugdboeken en dichtbundels. Zijn hart ligt bij de onderwijswereld en het rivierengebied. In 'Stoom' kunnen we dat voelen. Als er over de rivieren wordt gepraat krijgt het verhaal even bezieling. Maar het stomende socialisme dat rond die eeuwwisseling voor zoveel ophef zorgde, is een beetje stijf in het verhaal gepast. Voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van Nederland, is dit een sfeervol boek dat het begin van de 20ste eeuw heel raak neerzet. Maarten Corbelijn zal echter de top-10 van geliefde romanfiguren niet halen.

WILLEM VAN TOORN - STOOM, Querido 2005

Leeslinks
Over dezelfde tijd in Amsterdam:

Richard Mason - Geschiedenis van een genotzoeker
Gerrit Komrij - De klopgeest
Over die tijd in Alkmaar:
Gijs IJlander - De aanstoot
Over die tijd in Katwijk:
Robert Haasnoot - De heugling
Een bezielende roman over nieuwe technieken en het grootste stoomschip:
John Griesemer - Signaal en ruis
De kleine geschiedenis van Amsterdam:
Geert Mak - Een kleine geschiedenis van Amsterdam

« Terug

bol

Bestel
Willem van Toorn - Stoom
via de internet boekhandel bol