Manil Suri - Het trappenhuis

"Indiase roman over de bewoners van een appartementenhuis in Bombay." 
trapenhuis.gif

Manil Suri - Het trappenhuis

Schipperen tussen Goden en het dagelijks leven

In het huis in Bombay zijn 4 appartementen: De Asrani's en de Pathals delen de eerste verdieping. Zij delen ook een keuken, waar een oorlog woedt over ghee en andere zaken. Asrani's dochter Kavita droomt van een carrière in de film en heeft stiekeme afspraakjes in het trapportaal en op het dakterras met Salim, de zoon van de Jalals, een moslimfamilie die op de 2de etage wonen. Meneer Jalal zoekt een hoger doel in het leven. Wanneer hij merkt dat hij niet tegen zelfkastijding kan, denkt hij opeens aan Vishnu. Op de 3de etage woont meneer Vinod Taneja, die na al die jaren nog steeds niet over de dood van zijn vrouw heen is, afgezonderd leeft en keer op keer een oude grammofoonplaat draait.
In het trapportaal slaapt de 'Radio Man'. Niemand weet hoe hij in het huis terecht is gekomen, maar hij heeft zijn plaats er al heel lang. En dan is er Korte Ganga, de dienstmeid voor het hele huis die ook zorgt voor de uitwisseling van alle roddels en nieuwtjes. Maar op de eerste plaats is er Vishnu, de klusjesman die meestal dronken is, die op de eerste trap woont en nu aan het doodgaan is. En dat is een slechte zaak, want je kunt niet zomaar iemand in je trapportaal laten doodgaan. Misschien kun je het proberen te vermijden en hopen dat het gewoon een langdurig alcohol- delirium is. Feit is wel dat het geld gaat kosten. De eerste ruzie breekt uit tussen de Asrani's en de Pathals over wie de ambulance moet bellen en betalen. Wanneer de ambulance dan eindelijk toch voor de deur staat en de beide vrouwen elkaar bijna in de haren vliegen, halen de ziekenbroeders hun schouders op en blijft Vishnu liggen waar hij ligt.
Vishnu zelf is al verder weg van de wereld. Die ziet zijn leven aan zich voorbij trekken, zijn moeder, zijn aanbeden Padmini, en stijgt langzaam op de ladder naar de hemel van de goden.

Het is een prachtig verhaal over de Indiase samenleving. Wie staat waar en hoe gaat men met elkaar om. Het is een heerlijke parodie op scheldende vrouwen, dronken nietsnutten en godsdienstfanaten. Daarom is het boek ook zo goed: met een pen vol humor weet Manil Suri een stukje Bombay naar voren te brengen met dingen die door de hele Indiase staat spelen: hypocrisie, het kastenstelsel, de Bollywood cultuur en godsdienstperikelen, alsmede de strijd tussen hindoes en moslims. Hij weeft de myhtologie van Hindoe goden door een verhaal over zomaar een huis met mensen, beschrijft tempelbezoeken, huwelijken en een klein volksoproer.
Met rake pen weet hij mevrouw Asrani en mevrouw Pathak neer te zetten: 2 vrouwen met de broek aan, angstvallig wakend over hun reputatie, maar te beroerd om de wereld echt aan te pakken. En hoe hoger we klimmen in het gebouw, des te devoter de mensen: meneer Jalal die verlichting vindt en hiervoor verscheidene rituelen bezoekt, maar er achter komt dat die allemaal zo makkelijk niet zijn als ze eruit zien. Tenslotte waant hij zich een goddelijke boodschapper en hoopt hij als een echte martelaar te sterven. Op de hoogste verdieping is ook een zoekende. Maar meneer Taneja heeft de godsdienst niet zo hoog zitten, hij zwijmelt in liefdesverdriet en heeft de wereld van zich afgesloten, wat hem misschien eerder tot een heilige maakt dan de anderen. Dan zijn er de jongeren, Kavita en Salim, die onbesuisd hun toekomst tegemoet gaan. Hun goden zijn de filmsterren van Bollywood.
Vishnu zelf is de god die het universum beschermt en in standhoudt. Vishnu, de zuiperd die op de trap ligt te sterven, is ook degene in het appartementenhuis die de dagelijkse dingetjes zou moeten doen en die de katalysator van het verhaal is. Hij zweeft tussen menselijke herinneringen en goddelijke krachten. Wat moet er zonder hem van het huis terechtkomen?
Manil Suri, een Indiase jonge (1960) hoogleraar in de wiskunde aan de universiteit van Baltimore verhuisde op 20-jarige leeftijd van Bombay naar Amerika. Toen hij in 1994 bij zijn ouders op bezoek kwam en daar de zwerver aantrof, die al langer in hun trappenhuis verbleef, maar die nu ziek was en stierf, besloot hij aan deze roman te gaan werken. Misschien is dit boek - de god Vishnu is deel van de hindoeïstische drievuldigheid - ook het begin van een trilogie: De schrijver is van plan aan 'Het leven van Shiva' en 'de geboorte van Brahma' te gaan werken. Daarom is het wel jammer dat de Nederlandse vertaling voor de titel 'Het trappenhuis' heeft gekozen. Wat is er tegen op de titel 'De dood van Vishnu'?
In ieder geval is 'Het Trappenhuis' een goeie kandidaat voor vele literaire prijzen, maar is het bovenal een heerlijk boek om te lezen.

MANIL SURI - HET TRAPPENHUIS (The Death of Vishnu), Prometheus, 2001

Boekenlinks:
Boeken over het leven in India

Over een huis in Istanbul:

Elif Shafak - Het luizenpaleis

« Terug

bol

Bestel
Manil Suri - Het trappenhuis
via de internet boekhandel bol