André Nuyens - De meikoningin

"of de veelbewogen geschiedenis van een weesmeisje uit Hoorn ten tijde van de Verenigde Oost-Indische Compagnie rond 1625." 
meikoningin.gif

André Nuyens - De meikoningin

Vanaf 10 jaar.

Hoe belangrijk de plaats is die de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) inneemt in de Nederlandse geschiedenis blijkt wel uit de manier waarop de oprichting van de VOC, vierhonderd jaar geleden, wordt gevierd door middel van tentoonstellingen en verschillende informatieve boeken. Ook putten schrijvers voor hun fictieve verhalen vandaag de dag nog steeds inspiratie uit de tijd van de VOC. De meikoningin van André Nuyens is daar een voorbeeld van. Zoals de ondertitel al aangeeft is het een weergave van 'de veelbewogen geschiedenis van een weesmeisje uit Hoorn ten tijde van de Verenigde Oost-Indische Compagnie rond 1625'.
De meikoningin vertelt het verhaal van de twaalfjarige Liefje Sachariasdochter Goethart. Liefje is een halfwees. Haar moeder is gestorven en haar vader vaart voor (minstens) drie jaar op een Oost-Indiëvaarder. Ze woont daarom in het Burgerweeshuis in Hoorn, één van de steden waar de VOC een kantoor heeft. Liefje vindt het verschrikkelijk in het weeshuis, want de Vader en Moeder houden de kinderen onder de duim door voortdurend te dreigen met hele vervelende vormen van straf die ook nog eens heel onrechtvaardig zijn. Liefje probeert het voor haarzelf een beetje leuk te maken: op haar vrije middagen slentert ze door de stad en af en toe ontsnapt ze stiekem om bijvoorbeeld bij de haven te kijken of navraag te doen naar haar vader die al vier jaar weg is. Maar niemand kan haar iets over hem vertellen. Uiteindelijk monstert ze als jongen aan op een schip van de VOC. Al snel wordt haar duidelijk dat het leven op het water ruig en zwaar is. En als ze vervolgens voor de zoveelste keer tegen haar broekspijp plast neemt Liefje een besluit.

André Nuyens weet de sfeer van vroeger tijden in Hoorn goed op te roepen. De bedrijvigheid op de scheepswerf, de duisternis van het weeshuis, de smalle straatjes waar de rijtuigen elkaar nauwelijks kunnen passeren, de brand in een steeg, landschappen: alle zintuigen zijn gebruikt om hele precieze beschrijvingen te geven. De mensen, plaatsen, gebeurtenissen en vooral het leven van Liefje krijgen allemaal vorm in het hoofd van de lezer. Regelmatig herinnert een gebeurtenis Liefje aan een vergelijkbaar moment uit haar kindertijd met haar vader en moeder. In deze flashbacks is het verdriet van Liefje bijna voelbaar.
Behalve het verhaal van Liefje geeft De meikoningin een beeld van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, zoals de zaken zijn geregeld, wat de gewoontes zijn en hoe groot de verschillen zijn tussen de gezaghebbers en het werkvolk. Bovendien bevat het boek een doorsnede van een Oost-Indiëvaarder, een plattegrond van Hoorn en een verklarende woordenlijst. De meikoningin is daarom niet alleen een fraaie roman, maar ook een goed leesbaar geschiedenisboek. 
Nog een aardig detail: één hoofdstuk is geschreven door groep 8-leerlingen van een basisschool uit Hoorn. En dat hebben ze heel goed gedaan.


André Nuyens - De meikoninginChristofoor, 2002
(P.M.)

 

« Terug